Bloeddrukmeting
Waarom de bloeddruk meten?
Een aantal aandoeningen die bij hond en kat, met name op oudere leeftijd, kunnen leiden tot een verhoogde bloeddruk. Deze verhoogde bloeddruk kan leiden tot complicaties maar het is ook mogelijk dat het ziekteproces versnelt of verergerd wordt.
Als dus bekend is dat het dier een aandoening heeft die vaak gecombineerd gaat met een verhoogde bloeddruk is het belangrijk deze te meten. Ook kan het meten van de bloeddruk ons leiden naar zo’n aandoening.
Voorbeelden van aandoeningen waarbij de bloeddruk ook vaak te hoog is zijn onder andere nierfalen, hartfalen, suikerziekte, een te snel werkende schildklier en de ziekte van Cushing.
Een normale bloeddruk voor hond en kat is 135 mm Hg. Bij honden kan dit iets verschillen; Retrievers liggen bijvoorbeeld rond de 120 mm Hg, windhonden rond de 145 mm Hg.
Een aantal aandoeningen die bij hond en kat, met name op oudere leeftijd, kunnen leiden tot een verhoogde bloeddruk. Deze verhoogde bloeddruk kan leiden tot complicaties maar het is ook mogelijk dat het ziekteproces versnelt of verergerd wordt.
Als dus bekend is dat het dier een aandoening heeft die vaak gecombineerd gaat met een verhoogde bloeddruk is het belangrijk deze te meten. Ook kan het meten van de bloeddruk ons leiden naar zo’n aandoening.
Voorbeelden van aandoeningen waarbij de bloeddruk ook vaak te hoog is zijn onder andere nierfalen, hartfalen, suikerziekte, een te snel werkende schildklier en de ziekte van Cushing.
Een normale bloeddruk voor hond en kat is 135 mm Hg. Bij honden kan dit iets verschillen; Retrievers liggen bijvoorbeeld rond de 120 mm Hg, windhonden rond de 145 mm Hg.
Er zijn verschillende gradaties bij een te hoge bloeddruk oftewel hypertensie.
- Milde hypertensie: 150-160 mm Hg.
- Matige hypertensie: 160-180 mm Hg.
- Ernstige hypertensie: boven de 180 mm Hg.
Meestal ontstaan overigens pas boven 175 mm Hg problemen.
Ook kan er sprake zijn van een lage bloeddruk; hypotensie. De officiële naam voor een normale bloeddruk is normotensie.
- Milde hypertensie: 150-160 mm Hg.
- Matige hypertensie: 160-180 mm Hg.
- Ernstige hypertensie: boven de 180 mm Hg.
Meestal ontstaan overigens pas boven 175 mm Hg problemen.
Ook kan er sprake zijn van een lage bloeddruk; hypotensie. De officiële naam voor een normale bloeddruk is normotensie.
.
Hoe wordt de bloeddruk gemeten?
In de kliniek maken we gebruik van de Doppler-methode. Met deze methode kunnen we de bovendruk, ook wel de systolische bloeddruk genoemd, meten.
De bloeddruk wordt aan de voorpoot gemeten. Het dier moet in een rustige omgeving zijn zodat het niet ergens van schrikt en de bloeddruk omhoog schiet.
Er wordt een band om de voorpoot aangebracht. Door het uitzenden en terug kaatsen van ultrasone geluidsgolven wordt de beweging van de bloedstroom hoorbaar gemaakt. De geluidsgolven worden opgevangen door de Doppler-transducer. Wanneer het bloed de transducer passeert veranderd de frequentie, en deze verandering wordt omgezet in een hoorbaar signaal.
Door het opblazen van de band om de poot (cuff) gaan we de bloedstroom tegen en verdwijnt het signaal. Vervolgens laten we de cuff langzaam leeglopen, en bij een bepaalde druk begint het bloed weer te stromen en hoor je een signaal. De druk die op dat moment af te lezen is, is de systolische bloeddruk.
Deze meting herhalen we een aantal keer om een betrouwbare meting te krijgen.
In de kliniek maken we gebruik van de Doppler-methode. Met deze methode kunnen we de bovendruk, ook wel de systolische bloeddruk genoemd, meten.
De bloeddruk wordt aan de voorpoot gemeten. Het dier moet in een rustige omgeving zijn zodat het niet ergens van schrikt en de bloeddruk omhoog schiet.
Er wordt een band om de voorpoot aangebracht. Door het uitzenden en terug kaatsen van ultrasone geluidsgolven wordt de beweging van de bloedstroom hoorbaar gemaakt. De geluidsgolven worden opgevangen door de Doppler-transducer. Wanneer het bloed de transducer passeert veranderd de frequentie, en deze verandering wordt omgezet in een hoorbaar signaal.
Door het opblazen van de band om de poot (cuff) gaan we de bloedstroom tegen en verdwijnt het signaal. Vervolgens laten we de cuff langzaam leeglopen, en bij een bepaalde druk begint het bloed weer te stromen en hoor je een signaal. De druk die op dat moment af te lezen is, is de systolische bloeddruk.
Deze meting herhalen we een aantal keer om een betrouwbare meting te krijgen.
.
Hoe wordt een te hoge bloeddruk behandeld?
Als een ziekte de veroorzaker is van de te hoge bloeddruk zal de ziekte eerst behandeld worden en alleen indien nodig krijgt uw dier ook medicatie voor de bloeddruk. Als de behandeling voor de ziekte aanslaat kan de bloeddruk daarmee namelijk vanzelf weer normaal worden.
Als een ziekte de veroorzaker is van de te hoge bloeddruk zal de ziekte eerst behandeld worden en alleen indien nodig krijgt uw dier ook medicatie voor de bloeddruk. Als de behandeling voor de ziekte aanslaat kan de bloeddruk daarmee namelijk vanzelf weer normaal worden.
Het is verstandig de bloeddruk van uw seniorenhuisdier (katten en kleine honden ouder dan 10, grote honden ouder dan 7) 1 x per jaar te laten controleren om vroegtijdig aandoeningen op te kunnen sporen.